**1..** Aan de ambtenaar wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van de toelage onregelmatige dienst, als bedoeld in artikel 20, een blijvende verlaging ondergaat van ten minste 3% van zijn bezoldiging van deze regeling, wordt een aflopende toelage toegekend, mits hij eerst genoemde toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste vijf jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
**2..** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van gemiddeld langer dan twee maanden per jaar.
**3..** De hoogte van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde toelage is het bedrag dat overeenkomt met hetgeen in de drie maanden of in de dertien weken voorafgaande aan de datum waarop de verhindering tot het vervullen van de betrekking is ontstaan, gemiddeld per maand of per week toegekend aan de betreffende vergoeding of toelage, al naar gelang de bezoldiging van de ambtenaar per maand of per week wordt uitbetaald.
**4..** De in het eerste lid van dit artikel bedoelde toelage wordt als volgt afgebouwd:
Het eerste jaar ontvangt de medewerker 100% van de in lid 1 van dit artikel bedoelde verlaging;
Het tweede jaar ontvangt de medewerker 75% van de in lid 1 van dit artikel bedoelde verlaging;
Het derde jaar ontvangt de medewerker 50% van de in lid 1 van dit artikel bedoelde verlaging;
Het vierde jaar ontvangt de medewerker 25% van de in lid 1 van dit artikel bedoelde verlaging.
**5..** De periode doorgebracht vanwege arbeidsongeschiktheid, zwangerschaps-, bevallings- of ouderschapsverlof wordt niet aangemerkt als onderbreking in de zin van de vorige leden.
Paragraaf IV
Artikel 22
Aflopende toelage onregelmatige dienst
Onderdeel van Bezoldigingsregeling 2014 gemeente Noordoostpolder