1.De bank wordt beheerd door het bevoegd gezag.
Onder het beheer van het bevoegd gezag valt mede het voeren van rechtsgedingen, verband houdende met haar taakstelling.
Bij de directeur berust de feitelijke leiding van de bank.
Het bevoegd gezag kan de uitvoering van de in artikel 3 genoemde taken aan de directeur opdragen.
Indien de opdracht als bedoeld in artikel 4, lid 3, is verleend, beslist de directeur, of een door hem schriftelijk gemachtigde werknemer van de bank, op aanvragen, welke een door het bevoegd gezag vast te stellen bedrag niet te boven gaan.
Sociale kredieten worden verstrekt aan hen die inwoner zijn van:
de gemeente waar de bank gevestigd is;
gemeenten welke voor de verstrekking van dergelijke kredieten een afspraak hebben met de bank, dan wel woonachtig zijn in een gemeente niet liggende in het werkgebied van een andere Volkskredietbank.
Normale kredieten kunnen worden verstrekt aan een ieder die een beroep op de bank doet, met dien verstande dat de cliënt woonachtig moet zijn in het werkgebied van de bank.
De boeken van de bank strekken, onverminderd de bevoegdheid van de kredietnemer tot het leveren van tegenbewijs, tot volledig bewijs van alle door haar aan, of voor rekening van de kredietnemer gedane betalingen, door of vanwege deze aan de bank gedane betalingen, alsmede van het saldo van de schuld.
De bank zal ook in rechte ten bewijs van haar vordering kunnen volstaan met het produceren van door de directeur conform getekende uittreksels uit haar boeken.