Naar hoofdinhoud
Lid 1. a. Belanghebbende is per verstrekte voorziening als genoemd in artikel 22 lid van de Verordening maatschappelijke ondersteuning een eigen bijdrage verschuldigd. Dit geldt ook voor vervanging van een eerder toegekende voorziening. Indien de voorziening binnen een korte periode na verstrekking moet worden vervangen in verband met een medische noodzaak, kan het college afzien van het opnieuw vaststellen van een periode voor de eigen bijdrage. De eerder vastgestelde periode blijft dan van kracht. b. Bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar is uitsluitend een eigen bijdrage verschuldigd over voorzieningen die vanaf dat moment worden toegekend. Dit kan een nieuwe voorziening betreffen of vervanging van de reeds eerder toegekende voorziening. Lid 2. De bedragen en het percentage die gelden voor een eigen bijdrage zijn gelijk aan de bedragen zoals opgenomen in het Besluit maatschappelijke ondersteuning, Stb.2006 nr. 450, artikel 4.1, lid 1, zoals jaarlijks aangepast door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Lid 3. a. De te betalen eigen bijdrage bedraagt niet meer dan de kostprijs van de voorziening. b. Voor hulpmiddelen die we in gebruik geven hanteren we als kostprijs de eenheidsprijs van de voorziening zoals deze per (sub-)productgroep in het kernassortiment van de gecontracteerde aanbieder is opgenomen vermeerderd met de daarin gehanteerde beheertarieven. Het is daarbij niet van belang of de voorziening ook daadwerkelijk uit het kernassortiment komt. c. Voor hulpmiddelen die we in gebruik geven die niet in de productgroepen van het kernassortiment voorkomen, hanteren we de daadwerkelijke aanschafkosten inclusief de bekeerkosten over een periode van 3 jaar. d.Voor een noodzakelijke toevoeging op of aanpassing van het in bruikleen verstrekte hulpmiddel is geen eigen bijdrage verschuldigd. e. Voor een scootmobiel is de kostprijs gelijk aan de prijs van een scootmobiel uit het kernassortiment van de gecontracteerde aanbieder met een maximumsnelheid van kilometer per uur. f. Voor een elektrische driewielfiets is de kostprijs € 1.000,--. Wordt de elektrische hulpmotor op een later moment aangebracht op een reguliere driewielfiets? Dan bedraagt de kostprijs € 1.000 minus de reeds in rekening gebrachte kostprijs voor de reguliere driewielfiets. g. Voor rijlessen welke noodzakelijk zijn voor een goede beheersing van de vervoersvoorziening wordt geen eigen bijdrage in rekening gebracht. h. Voor collectief vervoer is de kostprijs € 1,-- per kilometer. Dit bedrag ligt lager dan de aan de gemeente gefactureerde kilometerprijs. Het maximaal aantal kilometers per voucher dienen als uitgangspunt voor de berekening: Voucher Kilometers Kostprijs per jaar A 0 - 500 € 500,-- B 0 - 1000 € 1.000,-- C 0 - 1500 € 1.500,-- i. Indien het collectief vervoer voor een beperkt gedeelte van het kalenderjaar wordt toegekend, dan wordt de kostprijs gebaseerd op de periode van de voorziening, afgerond op de vastgestelde inningperioden. De kostprijs per inningperiode bedraagt 1/13 deel van de kostprijs per jaar. k. In afwijking van het lid h wordt de kostprijs tussentijds aangepast indien deze door een nieuwe aanbesteding lager is dan € 1,-- per kilometer. l. Voor onderhoud-, reparatie- en verwijderingkosten van trapliften die zijn verstrekt tot 1 oktober 2012 wordt geen eigen bijdrage in rekening gebracht. Lid 4. a. De periode waarover we een eigen bijdrage in rekening brengen is: - 13 perioden van 4 weken voor voorzieningen met een kostprijs van € 30,-- tot € 250,-- - 26 perioden van 4 weken voor voorzieningen met een kostprijs tot € 500,-- - 39 perioden van 4 weken voor voorzieningen met een kostprijs van € 500,-- of meer - de periode genoemd onder a, b of c, verminderd met de periode waarin reeds een eigen bijdrage voor de voorziening is voldaan indien een voorziening van de ene op de andere partner overgaat. - zolang als de periode waarin van de volgende voorziening(en) gebruik wordt gemaakt: huishoudelijke hulp periodieke vervoersvoorzieningen Aanmelding van deze voorzieningen bij het CAK vinden plaats met ingang van de eerste inningperiode volgend op de toekenning. b. In afwijking van hetgeen onder sub a is bepaald, stopt de periode waarover we een eigen bijdrage in rekening brengen op de datum van overlijden van belanghebbende of verhuizing naar een andere gemeente. Lid 5. Voor voorzieningen met een kostprijs tot € 30,-- brengen we geen eigen bijdrage in rekening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel