Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Herplantplicht

Onderdeel van Bomenverordening 2014

Dit artikel bepaalt dat in beginsel altijd een herplantplicht als voorschrift aan de vergunning wordt verbonden. De nadere voorwaarden worden in dit artikel uitgewerkt. Alleen als zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten kan worden afgezien van de herplantplicht. Het bestuursorgaan zal in dat geval beargumenteerd moeten aangeven waarom het van oordeel is dat herplant achterwege kan blijven. Met het tweede lid wordt beoogd om bij herplant zoveel mogelijk te streven naar herplant met vergelijkbare aantallen bomen van vergelijkbare leeftijd of dikte. De omschrijving geeft het bestuur ruimte om al naar gelang de omstandigheden het meest haalbare resultaat na te streven. Denkbaar is bijvoorbeeld het planten van een aantal jonge bomen van dezelfde soort als equivalent van een dikke boom die geveld moest worden. Herplant zal zoveel mogelijk ter plaatse moeten gebeuren. Als herplant ter plaatste niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld omdat er na nieuwbouw en herinrichting van de openbare ruimte geen plaats meer is dan moet naar mogelijkheden worden gezocht om bomen elders in de directe omgeving te planten. Is ook dat niet mogelijk dan bepaalt het derde lid dat de boomwaarde in een speciaal herplantfonds of in een vergelijkbare herplantregeling wordt gestort. Een dergelijk fonds of een dergelijke regeling moet daartoe wel in het leven geroepen zijn door de gemeente of het stadsdeel of bijvoorbeeld in het kader van een grootstedelijk project. Dat sprake moet zijn van een daartoe opgericht fonds of een daartoe ingerichte regeling betekent niet dat er bijvoorbeeld een apart rekeningnummer is vereist, maar wel dat de bedragen duidelijk geoormerkt moeten kunnen worden. De gelden worden immers met een heel specifiek doel gestort. Tevens moet helder zijn op welke wijze en voor welke doeleinden de gestorte gelden worden gebruikt. Zo is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat het geld wordt aangewend om snoei of andere onderhoudswerkzaamheden te bekostigen. Het geld moet echt worden gebruikt om nieuwe bomen te planten en dus daadwerkelijk tot herplant over te gaan. Uitgangspunt is dat het bomenbestand zoveel mogelijk in stand gehouden wordt. Als er bomen of houtopstanden verdwijnen, moeten die worden gecompenseerd en moet tot herplant worden overgegaan. Als dat op een specifieke plek niet mogelijk is, dan moet een bedrag in het fonds worden gestort om de verdwenen bomen of houtopstanden op een andere manier te compenseren. Dit betekent dat de gelden dus ook met dat doel moeten worden besteed en moeten worden gebruikt voor andere beplanting of voor herplant op een andere plek binnen de stad. Vanzelfsprekend moet daarbij ook rekening worden gehouden met jurisprudentie op dit punt. Bij de vaststelling van de boomwaarde wordt gerekend volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen. Het vierde lid behoeft geen nadere uitleg.

Rechtspraak bij dit artikel