In deze verordening wordt verstaan onder:
**a..** beschermwaardige houtopstand: houtopstand die geplaatst is op de lijst als bedoeld in artikel 10;
**b..** boom:een houtachtig, opgaand gewas, zowel levend als afgestorven, met een omtrek van de stam van minimaal 31 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld; in geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam;
**c..** college: het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam;
**d..** dunnen: vellen dat uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd en dat is gebaseerd op een door het college vastgesteld of goedgekeurd beheerplan;
**e..** hakhout: boomvormers of andere houtachtige gewassen, die na te zijn geknot tot bij de grond opnieuw op de stronk uitlopen;
**f..** houtopstand: één of meer bomen, hakhout, boomvormers of andere houtachtige gewassen die onderdeel uitmaken van een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken of een beplanting van bosplantsoen, met de onder b genoemde minimale omtrek;
**g..** jaarvergunning: vergunning voor het vellen van meerdere houtopstanden die voor een door het college vastgestelde periode van maximaal drie jaar is verleend en is gebaseerd op een vooraf door het college vastgesteld of goedgekeurd beheerplan;
**h..** kandelaberen: het voor meer dan 20% gelijkmatig weghalen van de takken die de kroon van een boom vormen;
**i..** knotten: periodiek geheel of gedeeltelijk verwijderen van uitgelopen takhout tot op de oude snoeiplaats;
**j..** monetaire boomwaarde: de financiële waarde van een boom of houtopstand zoals getaxeerd volgens de actuele richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen;
**k..** vellen: rooien, kappen, kandelaberen of verplanten, evenals het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand tot gevolg kunnen hebben.