**1..** Voor woningzoekenden die beschikken over een urgentieverklaring als bedoeld in artikel 18, lid 2, en woningzoekenden die op basis van de in artikel 7, lid 2 bedoelde volgorde voor bemiddeling voor een voordracht in aanmerking komen, bemiddelen burgemeester en wethouders bij eigenaren van woonruimte, opdat aan hen een overeenkomstig paragraaf 5 passende en overeenkomstig artikel 18 nader omschreven
woonruimte wordt aangeboden.
**2..** Burgemeester en wethouders geven deze bemiddeling nader vorm in het in paragraaf 7 beschreven voor-
drachtstelsel en/of in de in artikel 33 bedoelde overeenkomsten met eigenaren.
**3..** Het recht op bemiddeling voor woningzoekenden die beschikken over een urgentieverklaring als bedoeld in artikel 18, lid 2 vervalt nadat de woningzoekende eenmaal een aanbieding van een naar het oordeel van burgemeester en wethouders passende woonruimte heeft geweigerd.