Naar hoofdinhoud

Artikel 10.

Rechten van de medewerker

Onderdeel van Privacyreglement personeelsinformatie gemeente Heerenveen

Iedere medewerker heeft recht op inzage in de personeelsgegevens die op hem betrekking hebben. Indien een medewerker zijn personeelsinformatie wil inzien, maakt hij dit kenbaar bij de aangewezen beheerder. De personeelsinformatie kan slechts onder toezicht van een medewerker van de Unit Personele Administratie worden ingezien en mag niet worden meegenomen naar een andere locatie. Indien gewenst kunnen kopieën worden gemaakt van de gegevens. Op verzoek geeft de medewerker van de Unit Personele Administratie schriftelijke informatie over de herkomst van de betreffende personeelsinformatie. Indien het voor de uitoefening van de functie noodzakelijk is het persoonsdossier mee te nemen naar een andere locatie, dan wordt aantekening gemaakt van wie het dossier in beheer heeft en op welke datum het dossier werd meegenomen. De medewerker die op grond van lid 3 een dossier in beheer heeft is vanaf dat moment verantwoordelijk voor de beveiliging van de gegevens zoals in artikel 6, 7 en 8 is verwoord. Iedere medewerker kan verzoeken zijn persoonsgegevens te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te schermen indien deze feitelijk onjuist zijn, voor het doel of de doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Het verzoek wordt gericht aan de verantwoordelijke en bevat de aan te brengen wijzigingen. De medewerker van de Unit Personele Administratie voorziet het verzoek van advies ten behoeve van besluitvorming door de verantwoordelijke. De verantwoordelijke bericht de verzoeker binnen vier weken na ontvangst van het in het vorige lid genoemde verzoek schriftelijk of, dan wel in hoeverre, hij daaraan voldoet. Een weigering is met redenen omkleed. De verantwoordelijke zorgt dat een beslissing tot verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming zo spoedig mogelijk wordt uitgevoerd. Iedere medewerker heeft het recht zich te verzetten tegen een verwerking van zijn personeelsgegevens op grond van bijzondere persoonlijke omstandigheden. Het verzet dient schriftelijk gericht te worden aan de verantwoordelijke. De verantwoordelijke moet binnen vier weken na ontvangst van het verzet als bedoeld in het vorige lid beoordelen of het verzet terecht is. De verantwoordelijke bericht de verzoeker binnen vier weken na ontvangst van het in lid 8 genoemde omtrent zijn besluit. Is het verzet terecht, dan moet de verwerking onmiddellijk beëindigd worden. De verantwoordelijke is gehouden de medewerker te informeren over de verwerking van zijn personeelsgegevens, indien dit op grond van de Wbp verplicht is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel