Voor de toepassing van de tarieven wordt verstaan onder:
jaar: het kalenderjaar;
seizoen: het tijdvak van 1 april tot 1 november.
Gedeelten van de onder 1 genoemde tijds- en andere eenheden worden voor een geheel gerekend, met dien verstande dat, indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar of het seizoen en het hebben van de voorwerpen aanvangt in de loop van het tijdvak, het recht zoveel twaalfden c.q. zoveel zevenden van het over een jaar c.q. seizoen te betalen bedrag beloopt als er na het aanvangstijdstip nog volle maanden van het tijdstip resteren.
Belastingtijdvak
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Precariobelasting 2010