Naar hoofdinhoud

Afdeling II

Artikel 3

Parkeervergunning

Onderdeel van Verordening parkeren 2005

Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen. Het college kan in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn een vergunning verlenen aan: de eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in dat gebied, te noemen bewonersvergunning; de eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent in dat gebied en die aantoont dat het in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren, te noemen bedrijfsvergunning; degene die woont in een gebied waar het bij besluit van het college is toegestaan aan degene die hem bezoekt, onder gebruikmaking van de vergunning geldig in de straten binnen dat gebied, om een motorvoertuig te parkeren op parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen, te noemen bezoekersvergunning; de huisarts, verloskundige of overheidsinstelling, die voor de uitoefening van de functie of taak structureel een of meer motorvoertuigen in de gehele gemeente moet gebruiken, te noemen functionele vergunning; het bedrijf, dat een voertuig gebruikt bij het verrichten van herstel-, onderhouds- of daarmee gelijk te stellen werkzaamheden, voor zover dit motorvoertuig voor het uitvoeren van die werkzaamheden in de onmiddellijke omgeving van de betreffende locatie moet worden geparkeerd, te noemen onderhoudsvergunning; de eigenaar of houder van een motorvoertuig ten aanzien waarvan het bepaalde in de onderdelen a. tot en met e. geen toepassing kan vinden en die tijdelijk een voertuig moet parkeren in dat gebied, te noemen incidentele vergunning. Beroepen en bedrijven worden beschouwd als één bedrijf en als één beroep indien de vestigingsadressen dezelfde zijn of het een aangesloten bebouwing betreft, dan wel sprake is van een juridische constructie waaruit moet worden geconcludeerd dat het één beroep of bedrijf betreft. Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen en voorschriften worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is. Het college kan aan een vergunning ook andere beperkingen en voorschriften verbinden. Deze beperkingen en voorschriften mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.

Rechtspraak bij dit artikel