Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 7.

Artikel 2:25

Evenement

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2014

1.. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2.. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien: het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen en het evenement plaatsvindt op één locatie; het evenement tussen 12.00 en 24.00 uur plaatsvindt en zich beperkt tot tot één dagdeel; een aanwezige geluidsinstallatie een geluidsniveau van maximaal 75 dB(A) op de meest belaste gevel van een woning produceert; het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van maximaal 25 m² per object en niet meer dan drie objecten per evenement; er een organisator is; en de organisator tenminste zes weken voorafgaand aan het evenement daarvan schriftelijk melding heeft gedaan aan de burgemeester. De burgemeester kan onder bijzondere omstandigheden deze termijn verkorten of een mondelinge melding ontvankelijk verklaren. 3.. Bij de melding als bedoeld in het tweede lid dient opgave te worden gedaan van: de naam en adres van de organisator van het evenement; het doel van het evenement; de activiteiten die zullen plaatsvinden; de datum waarop het evenement wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en beëindiging; de locatie dan wel de route van het evenement; de maatregelen die de organisator zal treffen om een regelmatig verloop van het evenement te bevorderen; de overige gegevens die van belang kunnen zijn voor een concrete beoordeling van de melding. 4.. Voor activiteiten die op de melding zijn vermeld en waarvoor op grond van deze of enige andere gemeentelijke verordening een vergunning is vereist of waarvoor een ontheffing of vrijstelling nodig is, heeft de organisator geen vergunning, ontheffing of vrijstelling nodig mits de activiteiten plaatsvinden op de locatie dan wel route zoals aangegeven in de melding en niet door de burgemeester zijn verboden. 5.. De burgemeester kan binnen vier weken na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor een belang zoals opgenomen in artikel 1:8 van deze verordening in gevaar komt. 6.. De burgemeester is bevoegd om in verband met de in het vijfde lid genoemde belangen nadere voorschriften te stellen. 7.. Het is verboden een evenement als bedoeld in het eerste lid, te laten plaatsvinden, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen indien: de melding daarvan niet overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid is gedaan; gehandeld wordt in afwijking van de gegevens die bij de melding zijn verstrekt; gehandeld wordt is strijd met de nadere voorschriften zoals bedoeld in het zesde lid; de burgemeester de melding van het evenement heeft afgewezen zoals bedoeld in het vijfde lid. 8.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 9.. De organisator dient tenminste zes weken voorafgaand aan het evenement een aanvraag in te dienen bij de burgemeester. 10.. Indien een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend, heeft de vergunninghouder voor de activiteiten die op grond van deze of enige andere gemeentelijke verordening vergunningsplichtig zijn of waarvoor een ontheffing of vrijstelling nodig is, geen vergunning, ontheffing of vrijstelling nodig mits de activiteiten in de vergunning zijn vermeld en plaatsvinden in of op de locatie zoals aangegeven in de vergunning. 11.. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel