Stap 1: In kaart brengen van signalen
Het vastleggen van signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling moet plaatsvinden aan de hand van het registreren van concrete feiten en omstandigheden. Bij het vastleggen dient u waardeoordelen te vermijden. Leg de signalen die een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling bevestigen of ontkrachten vast. Gebruik hierbij een signaleringsformulier huiselijk geweld en kindermishandeling. Beschrijf uw signalen zo feitelijk mogelijk. Vermeld uitdrukkelijk, wanneer u een hypothese of veronderstelling beschrijft of als er informatie van derden wordt vastgelegd.
Risicofactoren voor huiselijk geweld en kindermishandeling zijn psychische/psychiatrische problemen en verslaving. Indien de situatie daarom vraagt, voer dan een kindcheck uit. De kindcheck behelst nagaan of kinderen onder de zorg van de burger staan en beoordelen of kan worden vastgesteld of kinderen veilig zijn. Bij twijfel contact opnemen met Steunpunt Huiselijk Geweld of het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling voor advies.
Wijzen signalen overduidelijk op een acuut onveilige situatie: neem dan direct contact op met de politie! Bij acuut gevaar 112 en anders 0900-8844.
Stap 2: Collegiale consultatie en zonodig raadplegen van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling of het Steunpunt Huiselijk Geweld (vanaf 1 januari 2015 het Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling) of een deskundige op het gebied van letselduiding
Bespreek de signalen met een of meerdere directe collega’s. Vraag zo nodig op basis van anonieme gegevens van de burger/het gezin advies aan:
Het Steunpunt Huiselijk Geweld (wanneer er sprake is van alleen volwassenen): tel: 0900-1262626
Het advies- en Meldpunt Kindermishandeling (wanneer er kinderen in het spel zijn): tel: 0900-1231230
Een deskundige op het gebied van letselduiding (wanneer sprake is van (zichtbaar) letsel): kan via het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling of het Steunpunt Huiselijk Geweld.
Voor een adviesgesprek met bovenstaande partijen hoeft u ook uw eigen naam en functie niet te vermelden. Na een adviesgesprek ondernemen het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en het Steunpunt Huiselijk Geweld geen actie. U blijft verantwoordelijk.
Vraag bij een vermoeden van (dreigende) genitale verminking of eergerelateerd geweld altijd consult voor u handelt bij het Steunpunt Huiselijk Geweld of het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling.
Stap 3: Gesprek met de burger
Bespreek de signalen met de burger in aanwezigheid van een collega.
Openheid is een belangrijke grondhouding in de verschillende vormen van dienstverlening. Vandaar dat u volgens dit stappenplan zo snel mogelijk in gesprek gaat met de burger of met de ouders van een kind.
Tijdens het gesprek:
Leg de burger het doel van het gesprek uit.
Beschrijf de feiten die u hebt vastgesteld en de waarnemingen die u hebt gedaan.
Ga na of de boodschap is overgekomen.
Nodig de burger uit om een reactie hierop te geven.
Kom pas na deze reactie zonodig en zo mogelijk met een interpretatie van hetgeen u hebt gezien, gehoord en waargenomen. In geval van genitale verminking kunt u de Verklaring tegen meisjesbesnijdenis gebruiken. Deze verklaring is in diverse talen beschikbaar via www.meisjesbesnijdenis.nl.
Het doen van een melding bij het Steunpunt Huiselijk Geweld of het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling zonder dat de signalen zijn besproken met de burger is alleen mogelijk als:
De veiligheid van de burger, die van uzelf of die van een ander in het geding is.
Er sprake is van een zodanig urgente situatie dat een directe melding geen uitstel duldt.
U beoordeelt zelf of een gesprek zinvol of mogelijk is, zo nodig in overleg met een collega, het Steunpunt Huiselijk Geweld of het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. Het kan van belang zijn een kind alleen te spreken. Uitgangspunt is dat ouders hierover vooraf geïnformeerd worden, maar in verband met veiligheid kan besloten worden eerst met het kind te spreken.
Stap 4: Weeg de aard en de ernst van het huiselijk geweld en/of de kindermishandeling
Weeg op basis van de signalen, het ingewonnen advies en het gesprek met de burger het risico op huiselijk geweld en/of kindermishandeling.
Weeg eveneens de aard en de ernst van het huiselijk geweld en/of de kindermishandeling. De afweging van de aard en de ernst van het huiselijk geweld en/of de kindermishandeling vindt plaats op basis van een risicotaxatie. Hierbij spelen de volgende elementen een rol:
Veiligheid: is er een acute dreiging waarbij de veiligheid van het slachtoffer niet gegarandeerd kan worden?
Hoe gewelddadig is het? Moet het geweld direct stoppen?
Duur van de situatie: hoe lang speelt dit al? Ernst van de gevolgen?
Isolement: kan de situatie met behulp van direct betrokkenen worden doorbroken?
Raadpleeg bij twijfel het Steunpunt Huiselijk Geweld of het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. Zij kunnen meedenken over het risico, de aard en de ernst van het geweld en zodoende helpen bepalen of signalen aanleiding geven tot het ondernemen van vervolgacties.
Stap 5: Beslissen: geen actie, zelf hulp organiseren of melden
Geen actie: vastleggen
Indien op basis van de overwegingen van stap 1 tot en met 4 de vermoedens van huiselijk geweld en/of kindermishandeling worden weggenomen wordt volstaan met vastlegging van de doorlopen stappen in het signaleringsformulier. Dit wordt afgestemd met het leidinggevende.
Zelf hulp organiseren
Meent u dat u de burger en zijn gezin redelijkerwijs voldoende tegen het risico op huiselijk geweld en/of kindermishandeling kunt beschermen door hen naar specifieke hulpverlening toe te leiden of deze zelf te bieden, onderneem dan de volgende acties:
Breng uw leidinggevende op de hoogte van uw voorgenomen besluit om hulp te organiseren.
Leid de burger via een warme overdracht toe naar de noodzakelijke hulp of organiseer die hulp zelf.
Als u heeft geconstateerd dat de noodzakelijke hulp daadwerkelijk is ingezet, ligt de verantwoordelijkheid bij de betrokken organisatie.
Doe bij kindermishandeling een melding in de verwijsindex risicojongeren ‘Zorg voor Jeugd’.
Breng uw leidinggevende op de hoogte van de gedane stappen.
Doe alsnog een melding als er signalen zijn dat het huiselijk geweld en/of de kindermishandeling niet stopt of opnieuw begint.
Melden bij Steunpunt Huiselijk Geweld of Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en bespreken met de burger
Kunt u de burger niet voldoende tegen het risico op huiselijk geweld of op kindermishandeling beschermen of twijfelt u er aan of u voldoende bescherming hier tegen kunt bieden:
Breng uw leidinggevende op de hoogte van uw voorgenomen besluit.
Bespreek uw melding vooraf met de burger.
Meld uw vermoeden bij het Steunpunt Huiselijk Geweld of het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling.
Sluit bij uw melding zoveel mogelijk aan bij feiten en gebeurtenissen en geef duidelijk aan indien de informatie die u meldt (ook) van anderen afkomstig is.
Overleg bij uw melding met het Steunpunt Huiselijk Geweld of het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling wat u na de melding, binnen de grenzen van uw gebruikelijke werkzaamheden, zelf nog kunt doen om de burger en/of zijn gezinsleden tegen het risico op huiselijk geweld of op mishandeling te beschermen.
Breng uw leidinggevende op de hoogte van de gedane melding.
In het geval van:
Kinderen jonger dan 12 jaar: bespreek de melding alleen met de ouder(s).
Kinderen tussen de 12-16 jaar: bespreek de melding met het kind en de ouder(s).
Kinderen vanaf 16 jaar: bespreek de melding alleen met het kind.
Bij een gesprek met de burger:
Breng uw leidinggevende op de hoogte van uw voorgenomen besluit om met de burger in gesprek te gaan.
Spreek met de burger in aanwezigheid van een collega.
Leg aan de burger uit waarom u van plan bent een melding te doen en wat het doel daarvan is.
Vraag de burger uitdrukkelijk om een reactie.
In geval van bezwaren van de burger, overleg op welke wijze u tegemoet kunt komen aan deze bezwaren.
Is dat niet mogelijk, weeg de bezwaren dan af tegen de noodzaak om de burger of zijn gezin te beschermen tegen het huiselijk geweld en/of de kindermishandeling. Betrek in uw afweging de aard en de ernst van het geweld en de noodzaak om de burger of zijn gezin door het doen van een melding daartegen te beschermen
Doe een melding indien naar uw oordeel de bescherming van de burger of zijn gezinslid de doorslag moet geven.
Breng uw leidinggevende op de hoogte van de gedane melding.
Van een gesprek met de burger kunt u afzien:
Als de veiligheid van de burger, die van uzelf of die van een ander in het geding is.
Als u goede redenen hebt om te veronderstellen dat de burger daardoor het contact met u zal verbreken.
Er sprake is van een zodanig urgent situatie dat het direct melden geen uitstel duldt.
Na een melding is het Steunpunt Huiselijk Geweld of het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling verantwoordelijk. Het Steunpunt Huiselijk Geweld of het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling verstrekt in principe inlichtingen over de herkomst van de melding, tenzij anonimiteit gewenst is in het belang van de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen. Iedereen heeft recht om informatie over het slachtoffer te verstrekken als daarnaar gevraagd wordt door het Steunpunt Huiselijk Geweld of Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. Hiervoor is volgens de wet geen toestemming nodig. Het Steunpunt Huiselijk Geweld of Advies- en Meldpunt Kindermishandeling koppelen terug naar de melder over het vervolg van de melding.
Artikel 1:
Stappenplan bij signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling
Onderdeel van Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gemeente 's-Hertogenbosch