Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk Twee:

Artikel 5.

- Aanvragen en melden

Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren 2013

1.. Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten vraagt daarvoor een instemmingsbesluit aan bij het college of bij de coördinator hierna te noemen “de aanvraag”. 2.. Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een andere gedoogplichtige dan de gemeente, wordt uiterlijk vier weken na ontvangst van de aanvraag, als genoemd in het eerste lid, het college schriftelijk in kennis gesteld van de uitkomsten van het (voor)overleg tussen de grondroerder en de andere gedoogplichtige(n). 3.. Minder ingrijpende werkzaamheden, als bedoeld in artikel 4 lid 2, dienen een week voor de uitvoering schriftelijk bij de gemeente te worden gemeld. Op grond van de belangen zoals genoemd in artikel 8 lid 1 kan het college bepalen dat de realisatie van deze werkzaamheden op een later tijdstip dient plaats te vinden. 4.. In geval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing, waarvan uitstel niet mogelijk is en de belemmering of storing mogelijkerwijs buiten de normale werktijden plaatsvindt, dient melding bij voorkeur voorafgaand aan de werkzaamheden te worden verricht, doch dient uiterlijk binnen één werkdag na de uitvoering gemotiveerd te worden gedaan. 5.. Als werkzaamheden worden verricht in nader door het college aan te wijzen gebieden, wordt in ieder geval acht weken voor de aanvang van de werkzaamheden een aanvraag, als genoemd in het eerste lid, gedaan bij het college en is de uitzonderingsbepaling voor minder ingrijpende of spoedeisende werkzaamheden niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel