Vergrijpboeten kunnen alleen worden opgelegd indien sprake is van grove schuld of opzet. Onder opzet wordt mede verstaan voorwaardelijk opzet. Grove schuld is een in laakbaarheid aan opzet grenzende mate van verwijtbaarheid en omvat mede grove onachtzaamheid.
In geval van grove schuld legt de ambtenaar belast met de heffing een vergrijpboete op van 25 procent van de aanslag. In geval van opzet legt de ambtenaar belast met de heffing een vergrijpboete op van 50 procent van de aanslag.
Onder het bedrag van de aanslag als bedoeld in het derde lid wordt verstaan het bedrag van de aanslag na verrekening van opgelegde voorlopige aanslagen. De vergrijpboete is niet lager dan € 75,––.
Indien bij het opleggen van een vergrijpboete slechts een gedeelte van de verschuldigde belasting door opzet of grove schuld van belanghebbende te weinig is of zou zijn geheven, berekent de ambtenaar belast met de heffing de boete over dat – naar evenredigheid bepaalde – gedeelte.
Het in het vierde lid neergelegde beginsel vindt overeenkomstige toepassing indien meer dan één boetepercentage moet worden toegepast. De boete wordt berekend over het bedrag van de (navorderings)aanslag, een en ander voorzover dat bedrag als gevolg van de opzet (of grove schuld) van de heffingsplichtige niet zou zijn geheven.
HOOFDSTUK IV
Artikel 20
Algemeen
Onderdeel van Beleidsregels fiscale bestuurlijke boeten gemeente Heemstede 2014