De algemene weigeringsgronden uit artikel 1.8 APV zijn van toepassing. Dat betekent dat een standplaatsvergunning geweigerd kan worden in het belang van:
de openbare orde (zoals het voorkomen of beperken van overlast);
de openbare veiligheid (zoals de verkeersveiligheid en de veiligheid voor personen en goederen);
de volksgezondheid;
de bescherming van het milieu.
In artikel 5:18 lid 2 en lid 3 APV zijn aanvullende weigeringsgronden opgenomen. De weigeringsgrond uit lid 2 houdt in dat een standplaatsvergunning ook geweigerd wordt wegens strijd met het bestemmingsplan, een beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. De weigeringsgrond uit lid 3 onder a houdt in dat als de standplaats, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving, niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. De weigeringsgrond uit lid 3 onder b houdt in dat als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.1.
Weigeringsgronden
Onderdeel van Beleidsregel collecteren, venten en standplaatsen 2014