Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VI

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Treasurystatuut gemeente Veere

1. Vanaf de in werking treding van de wijziging Wet Fido (schatkistbankieren) zijn de bepalingen van deze wet van toepassing. Tot in werking treding van het schatkistbankieren geldt artikel 6,2 onder a en b. 2. Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van treasury gelden de volgende uitgangspunten: a Uitzettingen vinden uitsluitend plaats bij: • Er wordt uitsluitend belegd in landen en financiële ondernemingen van die landen die onderdeel uitmaken van de EER (alsmede hun toezichthouder) en een landenrating hebben van minimaal AAA toegekend door ten minste 2 ratingbureaus. Toegestane ratingbureaus zijn Standard & Poors, Moody’s en Fitch IBCA. b. Teneinde kredietrisico’s te spreiden gelden de volgende bepalingen: • Voor deposito’s en geldmarktfondsen met een maximale looptijd van 3 maanden gelden geen beperkingen. • Beleggingen (groter dan € 2.000.000) worden minimaal gespreid over 2 financiële ondernemingen / beheerders waarbij aandacht wordt gegeven aan de diversificatie van beleggingen; • Als de rating van een van de hierboven genoemde financiële ondernemingen tijdens de looptijd van een uitzetting daalt tot onder het hierboven genoemde ratingniveau zal aan het college van Burgemeester en wethouders een voorstel worden voorgelegd waarin wordt bezien of de belegging moet worden beëindigd. 3. Wanneer door de raad wordt besloten geldleningen te garanderen uit hoofde van de publieke taak worden zoveel mogelijk zekerheden of garanties geëist. De gemeente streeft er naar te garanderen geldleningen onder te brengen bij de specifieke waarborgfondsen.

Rechtspraak bij dit artikel