Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:
1 Financieringen worden uitsluitend aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak;
2 Financieringsmiddelen die om renterisico’s te beheersen zijn aangetrokken, maar nog niet direct benodigd zijn, worden bij instellingen waar ze zijn aangetrokken terugbelegd (near banking);
3 Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren;
4 Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn onderhandse leningen;
5 De gemeente vraagt offertes op bij minimaal drie instellingen alvorens een financiering wordt aangetrokken. Deze offertes worden schriftelijk vastgelegd.