De gemeenschappelijke regeling voor de dienstverlening gaat in op 1 mei 2002.
De gemeenschappelijke regeling wordt voorlopig aangegaan voor de periode tot 1 januari 2004.
De deelnemende gemeenten hebben de intentie om tot een structurele gemeenschappelijke regeling te komen na het verstrijken van de in 3.2 genoemde periode.
Indien een van de deelnemende gemeenten het voornemen heeft de gemeenschappelijke regeling niet te verlengen, wordt hiervan uiterlijk zes maanden vóór het verstrijken van de in 3.2 genoemde periode mededeling gedaan aan alle andere in deze gemeenschappelijke regeling betrokken gemeenten.
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.4 kan na het structureel worden van de regeling ieder van de deelnemende gemeenten voor het einde van het kalenderjaar uit de gemeenschappelijke regeling treden met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste zes maanden. De gemeente Waalwijk behoudt zich het recht voor, bij uittreding van de gemeente Loon op Zand uit deze gemeenschappelijke regeling, de in verband met deze gemeenschappelijke regeling aangegane personele verplichtingen uit de RMC middelen voor de regio Midden-Brabant te blijven bekostigen.
Indien de gemeenschappelijke regeling niet tijdig is opgezegd, wordt de regeling geacht stilzwijgend te zijn verlengd, telkens voor de duur van één kalenderjaar.
Aan het einde van de gemeenschappelijke regeling zal de gemeente Waalwijk zorgdragen voor een correcte afwikkeling van de regeling, zoals de afrekening en de overdracht van gegevens.
Deze regeling kan worden gewijzigd of aangevuld bij eensluidend besluit van de deelnemende gemeenten in een aanvullingsregeling.
Kosten