In deze verordening wordt verstaan onder:
A.Veehouderij: inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid van de Wet milieubeheer
aangewezen categorie behoort en is bestemd voor het fokken, mesten, houden, verhandelen,
verladen of wegen van dieren;
Wet: de Wet geurhinder en veehouderij;
Geurbelasting: de waarde ter plaatse van de gevel van het gevoelige object, berekend met VStacks,
uitgedrukt in Europese odour units per tijdseenheid;
Geurgevoelig object: zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij;
Odour units (ouE/m3; P98): Geurconcentratie als aantallen Europese odour units in een volumeeenheid
lucht (ouE/m3), gemeten volgens de NEN-EN 13725:2003 “Luchtbepaling van de
geurconcentratie door dynamische olfactometrie”. In deze verordening wordt voor de
geurbelasting uitgegaan van het gebruikelijke 98-percentiel geurconcentratie. Dat betekent dat de
– met een verspreidingsmodel – berekende geurconcentratie gedurende 98 procent van de
tijdseenheid niet wordt overschreden;
F.Bedrijf met een geringe omvang: bedrijf waar dieren worden gehouden van een diercategorie
waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld met een maximale
omvang van 200 stuks melkrundvee en 140 stuks jongvee.