Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Benoeming en ontslag

Onderdeel van Verordening op het raadspresidium 2014

1.. De raadsleden die zitting hebben in het presidium, worden benoemd voor de duur van de zittingsperiode van de raad. 2.. De raadsleden, die zitting hebben in het presidium, treden af zodra door de raad na de verkiezingen een nieuw presidium is benoemd, of als zij ophouden lid van de gemeenteraad te zijn. 3.. Wanneer in de periode tussen de verkiezingen en de benoeming van een nieuw presidium het presidium bestaat uit minder dan twee raadsleden, wordt het aantal raadsleden van rechtswege uitgebreid tot twee door het presidium aan te vullen met de langstzittende raadsleden die nog geen lid zijn van het presidium. 4.. Het lidmaatschap van het presidium eindigt voorts op eigen verzoek of door ontslag op verzoek van de gemeenteraad. 5.. (Tussentijdse) benoemingen geschieden bij raadsbesluit.

Rechtspraak bij dit artikel