Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 Algemeen deel

Artikel 1.5

Artikel 1.5

Onderdeel van Subsidieverordening gemeentelijke monumenten 1994

1.. Burgemeester en wethouders kennen slechts steun toe voor zover de op grond van artikel 1.3. begrote financiële middelen toereikend zijn. 2.. Alle aanvragen om steun op grond van deze verordening worden, zodra zij ingevolge het bepaalde in artikel 2.3. in behandeling kunnen worden genomen, in volgorde van binnenkomst behandeld. 3.. De aanvraag om steun met een indicatie van de kosten, zoals bedoeld in artikel 2.1., eerste lid, dient in het jaar, voorafgaande aan het jaar waarin de eigenaar betaalbaar- stelling wenst, voor 1 april te worden gemeld aan het college van burgemeester en wethouders. De eigenaar dient in het jaar, voorafgaande aan het jaar waarin betaalbaarstelling wordt gewenst, voor 1 september de benodigde gegevens, zoals aangegeven in artikel 2.3., eerste lid, volledig te hebben ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. 4.. De vaststelling van de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 2.1., tweede lid, wordt binnen drie maanden na indiening van de aanvraag om steun, als bedoeld in het derde lid, onder b, aan de aanvrager kenbaar gemaakt; deze mededeling roept overigens geen enkel recht op subsidie in het leven. 5.. Indien het totaalbedrag van de mogelijke subsidies het toegekende bedrag, zoals bedoeld in artikel 1.3. overschrijdt, wordt: door burgemeester en wethouders in overleg met de welstandscommissie voor dat jaar een urgentieplan vastgesteld, waarin de mate en de volgorde van subsidieverlening wordt bepaald; bij het opstellen van het urgentieplan wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met: de landschappelijke, karakteristieke, esthetische of culturele waarde van het object in zijn omgeving; de bouwkundige toestand waarin het betreffende gebouw verkeert. de omstandigheid, dat in het verleden al of niet reeds een bijdrage is verstrekt voor het treffen van voorzieningen. de volgorde van binnenkomst van de aanvragen om steun. de aanvraag(en) om steun die, gelet op het tweede lid en het vijfde lid, onder a., overschrijding van het budget ten gevolge hebben, worden voor dat gedeelte door burgemeester en wethouders afgewezen. 6.. De indiener van een aanvraag als bedoeld in het vijfde lid, onder b., is bevoegd in een volgend jaar een verzoek in te dienen, de (gedeeltelijk) afgewezen aanvraag opnieuw in overweging te nemen. 7.. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid en het vijfde lid, onder a., zijn burgemeester en wethouders bevoegd om aan aanvragen als bedoeld in het zesde lid extra prioriteit toe te kennen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel