Naar hoofdinhoud
1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 60, vierde lid van de wet en ongeacht de in artikel 7, eerste lid genoemde betalingstermijn gaat het college indien mogelijk meteen na afgifte van het besluit tot terugvordering over tot verrekening van de vordering met een eventueel recht op bijstand of een inkomensvoorziening in het kader van IOAW of IOAZ. 2.. Bij beëindiging van de uitkering of inkomensvoorziening wordt het recht op vakantiegeld verrekend met de openstaande vordering(en) en/of de boetes. 3.. Bij vorderingen, ontstaan als gevolg van schending van de inlichtingenplicht, en bij boetes verrekent het college jaarlijks het volledige recht op vakantiegeld met de vordering en/of de boete. 4.. Bij vorderingen, die niet ontstaan zijn als gevolg van schending van de inlichtingenplicht, kan het college jaarlijks het recht op vakantiegeld volledig verrekenen met de vordering. Bij derden beslag verrekent het college in alle gevallen het recht op vakantiegeld met de vordering. 5.. Het college stelt, na ontvangst van een schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de belanghebbende op grond van artikel 60b, tweede of derde lid van de wet, onderzoek in naar de door belanghebbende aangedragen bijzondere omstandigheden, die zouden kunnen leiden tot het buiten toepassing verklaren van artikel 60b, eerste lid van de wet en baseert op dit onderzoek haar besluit. 6.. Bij dit onderzoek betrekt het college, behalve de gevolgen van de ten uitvoerlegging van artikel 60b, eerste, tweede of vierde lid van de wet voor de belanghebbende(n) zelf ook de mogelijke gevolgen voor diens gezin én de mogelijke maatschappelijke gevolgen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel