Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 9.

Herziening van het aflossingsbedrag

Onderdeel van Beleidsregels Terug- en invordering WWB, IOAW en IOAZ en invordering boetes gemeente Bergen 2013

1.. Op verzoek van de belanghebbende kan het college het aflossingsbedrag herzien. 2.. Het verzoek tot wijziging van de betalingsverplichting schort de lopende verplichting niet op, tenzij de situatie daartoe aanleiding geeft. 3.. Het college herziet het aflossingsbedrag overeenkomstig de BIJLAGE I. 4.. Het college kan op basis van een gegrond vermoeden dat de aflossingscapaciteit is gewijzigd, een onderzoek naar de financiële situatie instellen. 5.. Voor zover geen gegrond vermoeden, als bedoeld in het vierde lid, aanwezig is, stelt het college een onderzoek naar de financiële situatie in overeenkomstig het Debiteuren Heronderzoeksplan. 6.. Indien de financiële situatie daartoe aanleiding geeft wordt het aflossingsbedrag herzien met ingang van de eerste van de maand volgend op de maand, waarin het besluit tot herziening van het aflossingsbedrag aan de belanghebbende kenbaar is gemaakt. 7.. Indien de financiële situatie daartoe aanleiding geeft wordt het aflossingsbedrag herzien met ingang van de eerste van de maand volgend op de maand, waarin het besluit tot herziening van het aflossingsbedrag aan de belanghebbende kenbaar is gemaakt. 8.. Het aflossingsbedrag wordt bij vorderingen, die niet ontstaan zijn als gevolg van schending van de inlichtingenplicht, zonder nader onderzoek herzien als de belanghebbende het aflossingsbedrag verzoekt te verlagen en, ongeacht deze verlaging, het totaal van de vorderingen binnen 36 maanden zal zijn afgelost en het aflossingsbedrag niet minder dan € 50,00 per maand bedraagt.

Rechtspraak bij dit artikel