Naar hoofdinhoud
1.. Bijzondere bijstand is in principe mogelijk als: geen beroep kan worden gedaan op een eigen netwerk, de sociale omgeving of voorliggende voorzieningen en de belanghebbende daarin voldoende eigen verantwoordelijkheid heeft getoond; deze kosten niet voldaan kunnen worden uit de bijstandsnorm, het inkomen, vermogen en de langdurigheidstoeslag; geen beroep kan worden gedaan op de eigen reserveringscapaciteit voor algemene (duurzame) gebruiksgoederen; sprake is van noodzakelijke kosten door bijzondere individuele omstandigheden; een (wettelijke) voorliggende voorziening ontbreekt. 2.. Een geldlening van de Kredietbank West-Brabant wordt als voorliggende voorzieningen beschouwd voor de kosten van (duurzame) gebruiksgoederen, tenzij deze beleidsregels anders bepalen. 3.. Bij het vaststellen van het bedrag van de bijzondere noodzakelijke kosten hanteren we 70% van de bedragen van de Prijzengids van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) als maximaal bedrag dat voor bijzondere bijstand in aanmerking komt. 4.. Voor inrichtingskosten wordt, in uitzondering op lid 3, een bedrag gehanteerd dat 35% is van het bedrag dat in de Prijzengids van Nibud staat. 5.. Op de verstrekking van de bijzondere noodzakelijke kosten, worden altijd de kosten die voor een ieder algemeen gebruikelijk zijn in mindering gebracht.

Rechtspraak bij dit artikel