Voor aanvang van een begrotingsjaar biedt het college de
raad een overzicht aan met daarin in elk geval de data voor
het aanbieden door het college en het vaststellen door de
raad van de jaarstukken, de voorjaarsnota, de tussentijdse
rapportages en de begroting met de meerjarenraming, alsmede
van de te houden bijeenkomst grote projecten voorafgaand aan
de behandeling van de voorjaarsnota.
In het overzicht genoemd in het eerste lid wordt tevens
inzicht geboden wanneer het college in het begrotingsjaar de
raad de (geactualiseerde) kadernota’s aanbiedt welke
voortvloeien uit het BBV.
T.a.v. de jaarstukken, de voorjaarsnota en de begroting ligt
tussen het moment van aanbieden aan de raad en de
besluitvorming in de raad ten minste zes weken.
Hoofdstuk II.
Artikel 2.