Het college zorgt bij het uitoefenen van de
financieringsfunctie voor:
het aantrekken van voldoende financiële middelen en
het uitzetten van overtollige gelden om de
programma’s binnen de door de raad vastgestelde
kaders van de begroting uit te voeren;
het beheersen van de risico’s verbonden aan de
financieringsfunctie zoals renterisico’s,
koersrisico’s en kredietrisico’s;
het beperken van de kosten van leningen en het
bereiken van een voldoende rendement op
uitzettingen;
het beperken van de interne verwerkingskosten en
externe kosten bij het beheren van de geldstromen en
financiële posities.
Het college neemt bij het uitvoeren van de
financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht:
het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt
uitsluitend bij financiële instellingen:
die bijdragen aan een samenleving waarin
levenskwaliteit wordt bevorderd en menselijke
waardigheid centraal staat;
die het voor mensen, bedrijven en organisaties
mogelijk maken bewust met geld om te gaan en
daarmee duurzame ontwikkeling bevorderen;
waarvoor minimaal een AA rating afgegeven is
door tenminste één gezaghebbende rating agency, of
voor wiens waardepapieren een solvabiliteitseis
geldt van 0%;
overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet
tegen vastrentende waarden, dan wel in producten
waarbij de hoofdsom tenminste aan het eind van de
looptijd in tact is;
derivaten worden uitsluitend gebruikt voor het
beperken van financiële risico’s;
voor het aantrekken van financieringen met een
looptijd langer dan 1 jaar worden tenminste 3
prijsopgaven bij verschillende financiële
instellingen gevraagd;
overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het
uitzetten van middelen of het verlenenvan garanties
luiden in euro.
Het college informeert de raad vooraf indien de wettelijke
kasgeldlimiet of de wettelijke rente-risiconorm dreigen te
worden overschreden.
Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van
garanties en het aangaan van financiële participaties uit
hoofde van de publieke taak bedingt het college indien
mogelijk zekerheden.
Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van
dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties
en financiële participaties.
Hoofdstuk IV.
Artikel 8.