**1..** Bij het begin van de zittingsperiode stelt de raad een commissie in,
bestaande uit drie leden van de raad en hun plaatsvervangers. De
benoeming geldt voor de gehele raadsperiode. De commissie onderzoekt
de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw
benoemde leden en het proces-verbaal van het (centraal)
stembureau.
De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven
verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor
een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van
een minderheidsstandpunt.
Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten
leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad
in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de
Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte
af te leggen.
In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de
voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de
vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt
beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af
te leggen.
Bij de benoeming van een wethouder onderzoekt dezelfde
commissie als bedoeld in het eerste lid of de kandidaat
voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van de
commissie is overeenkomstig het tweede lid.
Hoofdstuk 3
Artikel 5
Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Zoetermeer