Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel indienen.
Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk, bij de voorzitter worden ingediend. Dit gebeurt tijdens de vergadering vóórdat de beraadslagingen over het betreffende onderwerp worden gesloten.
De behandeling van een motie vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats.
Intrekking, door de indiener(s) van de motie is mogelijk totdat er over de motie gestemd gaat worden.
De afhandeling van de moties wordt drie maal per jaar - in februari, juni en oktober aan de raad voorgelegd in overzichten van afgedane moties en nog openstaande moties. De raad is dan in de gelegenheid al dan niet in te stemmen met de afdoeningen van de moties en nadere inlichtingen de vragen over de voortgang van de moties.
Hoofdstuk 5
Artikel 31