Naar hoofdinhoud
1. Tijdens elke raad is er een agendapunt mondelinge vragen. Een lid van de raad heeft het recht om mondelinge vragen aan de burgemeester,wethouder en andere leden van de raad te stellen. Het lid van de raad dat tijdens dit agendapunt vragen wil stellen, meldt de vragen de werkdag voorafgaand aan de vergaderdag uiterlijk om 12.00 uur, schriftelijk bij de voorzitter. De voorzitter kan na overleg met het presidium de raad gemotiveerd voorstellen een onderwerp tijdens het agendapunt mondelinge vragen niet aan de orde te stellen, indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven, of indien het onderwerp in de raadsvergadering op dezelfde dag aan de orde komt. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin de aangemelde onderwerpen tijdens het agendapunt aan de orde komen. Over de spreektijd per onderwerp voor de vragensteller, de wethouder, de burgemeester en de overige leden van de raad kan de voorzitter een orde voorstel doen aan de raad. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om een of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een korte toelichting daarop te geven. Na beantwoording door het college of burgemeester krijgt de vragenstellerdesgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om, hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Tijdens het agendapunt mondelinge vragen kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.

Rechtspraak bij dit artikel