1. Aan de medewerker die onder de bijzondere regeling valt binnen de werktijdenregeling en voor wie de werktijden met toepassing van artikel 3:3 van de CAR regelmatig of vrij regelmatig zijn vastgesteld op andere tijden dan op maandag tot en met vrijdag tussen 8 uur en 18 uur wordt een toelage toegekend.
2. De salariëring van de onder het eerste lid bedoelde medewerker voor wie één van de salarisschalen geldt van schaal 1 tot en met 10a uit Bijlage II en IIa of de inpassingstabel gemeentelijke garantiesalarissen van de CAR komt in aanmerking voor deze toelage.
3. Het college bepaalt in welke voorkomende gevallen welke werkzaamheden te verrichten tijdens wachtdiensten kunnen worden aangemerkt als arbeid zoals bedoeld in het eerste lid.
4. Voor de vaststelling van de tijd gedurende welke arbeid is verricht, wordt deze afgerond op een half uur. Voor deze afronding worden vijftien minuten of minder niet meegerekend en meer dan vijftien minuten gerekend op een half uur.
5. De in het eerste lid bedoelde toelage bedraagt per gewerkt uur een percentage van het voor de medewerker geldende uurloon en wel:
20% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 6 en 8 uur en tussen 18 en 22 uur;
40% voor de uren op zaterdag tussen 6 en 22 uur;
40% voor de uren op maandag tot en met zaterdag tussen 0 en 6 uur en tussen 22 en 24 uur;
65% voor de uren op zondag en op de feestdagen genoemd in artikel 4:2:1, lid 3, met dien verstande, dat genoemde percentages worden berekend over ten hoogste een bedrag, gelijk aan het 1/156 deel van het salaris behorend bij het maximum bedrag van salarisschaal 6 als vermeld in de bijlagen van de CAR.
6. Voor de in het vijfde lid, onder a genoemde morgen- en avonduren wordt de toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen vóór 7 uur, respectievelijk is beëindigd na 19 uur.