**1..** Selectie onderzoeksonderwerp:
** a..** De rekenkamercommissie bepaalt het onderwerp dat zij onderzoekt, formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast.
**b..** De in het eerste lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de rekenkamercommissie ter kennisneming aan de raad gestuurd.
**c..** Voor de keuze van het onderwerp van onderzoek beheert de rekenkamercommissie een niet openbare groslijst
**d..** De raad kan de rekenkamercommissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De rekenkamercommissie bericht de raad binnen een maand in hoeverre aan het verzoek wordt voldaan. Indien de rekenkamercommissie niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.
**2..** De rekenkamercommissie benoemt 1 zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de onderzoeksopdracht het ad hoc lid,. overeenkomstig art 3 lid
**3..** Bij de keuze van het onderzoeksonderwerp worden de volgende richtinggevende criteria zo veel mogelijk in acht genomen:
**a..** Het onderwerp moet op effectiviteit van beleid en/of efficiency van de uitvoering kunnen worden getoetst
**b..** Het onderwerp moet bestuurlijk relevant zijn, waarbij het maatschappelijk effect zwaar weegt
**c..** Het gemeentebestuur moet van de uitkomsten kunnen leren.
**d..** De betrokkenheid van het gemeentebestuur bij het onderwerp dient substantieel en aanwijsbaar te zijn.
**e..** Het onderwerp dient betrekking te hebben op een (deels) afgerond beleidsonderdeel, waardoor de relatie met in raadsdocumenten vastgelegde beleidsdoelen en gewenste resultaten gelegd kan worden.
Hoofdstuk
Artikel 5
Selectie onderzoeksonderwerp
Onderdeel van Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie 2010