Aan een lid van de raad wordt een vergoeding toegekend voor:
werkzaamheden, gelijk aan 100% van de bedragen genoemd in tabel I voor de klasse waartoe de gemeente behoort;
onkosten gelijk aan de bedragen volgens het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;
de betaling van de vergoedingen, bedoeld in de leden 1 en 2, geschiedt in maandelijkse termijnen.
gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 13a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
Hoofdstuk
Artikel 2: