Indien het bezit van een belanghebbende ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent het college de recidiveboete zonder inachtneming van de beslagvrije voet.
De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt gedurende een tijdvak van drie maanden vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.
Na afloop van de periode genoemd in het tweede lid vindt eventuele resterende verrekening plaats met inachtneming van de beslagvrije voet.
Hoofdstuk
Artikel 2
Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit
Onderdeel van Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive WWB 2013, gemeente Oosterhout