In deze verordening wordt verstaan onder:
wet: de Wet werk en inkomen kunstenaars.
kunstenaar: een persoon die werkzaam is in een beroep of bedrijf in een al dan niet gemengde beroepspraktijk ter uitoefening van de scheppende, uitvoerende of toegepaste kunst.
gemengde beroepspraktijk: een beroepspraktijk waarin het inkomen wordt verworven uit werkzaamheden die zijn gerelateerd aan een beroep of bedrijf ter uitoefening van de scheppende, uitvoerende of toegepaste kunst en uit werkzaamheden die niet zijn gerelateerd aan een dergelijk beroep of bedrijf.
partner: de persoon die al of niet gehuwd met de kunstenaar een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte.
gezamenlijke huishouding: bij de beoordeling of er sprake is van een gezamenlijke huishouding wordt aangesloten bij bepalingen die hiervoor in de wet gelden.
adviserende instelling: de instelling als bedoeld in artikel 35 van de wet.
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle.
ondersteuning: het op verzoek van een kunstenaar aanbieden van een voorziening als bedoeld in artikel 21 van de wet.
uitkering: een uitkering op grond van de wet;
maatregel: het op grond van artikel 22 van de wet verlagen van de grondslag;
grondslag: het van toepassing zijnde bedrag genoemd in artikel 15 lid 1 van de wet;
inlichtingenplicht: de verplichtingen genoemd in artikel 20 lid 2 onder c en e van de wet;
inspanningsverplichting: de verplichting van de kunstenaar om zich naar vermogen in te spannen om met zijn kunst zelfstandig in het bestaan te voorzien al dan niet in een gemengde beroepspraktijk zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 onder b van de wet;
benadelingsbedrag: het bruto bedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht ten onrechte is verleend als uitkering als bedoeld in artikel 15 en of artikel 16 van de wet;
recidive: de belanghebbende maakt zich binnen 12 maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie;
tweede recidive: de belanghebbende maakt zich binnen 12 maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, voor de derde keer schuldig aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begrippen
Onderdeel van Verordening Wet Werk en Inkomen Kunstenaars gemeente Zwolle 2010