Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9

Het opleggen van een maatregel

Onderdeel van Verordening Wet Werk en Inkomen Kunstenaars gemeente Zwolle 2010

1.. Het college legt, overeenkomstig deze verordening, een maatregel op, indien: de kunstenaar naar het oordeel van het college: blijk heeft gegeven van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan (art. 22 lid 1 onder a van de wet); een verplichting als bedoeld in artikel 20 lid 1, lid 2 onder a, b, c en d en of lid 3 niet of niet behoorlijk is nagekomen; een verplichting als bedoeld in artikel 20 lid 2 onder c en e niet binnen de daarvoor door het college vastgestelde termijn is nagekomen, de partner naar het oordeel van het college: de verplichting als bedoeld in artikel 20 lid 4 niet of niet behoorlijk is nagekomen; de verplichting als bedoeld in artikel 20 lid 4 met uitzondering van de verplichting bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel d, niet binnen de daarvoor door het college vastgestelde termijn is nagekomen. 2.. Het college legt, overeenkomstig deze verordening, een maatregel op, indien de kunstenaar, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet, zich jegens het college zeer ernstig misdraagt. 3.. Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende en kan daarom afwijken van de in deze verordening genormeerde maatregelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel