Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

PROCEDURE AFWIJKEN VAN BESTEMMINGSPLAN

Onderdeel van Algemene verklaring van geen bedenkingen voor (bouw)projecten

3.1 Algemeen Zoals in de inleiding al is opgemerkt komt door de inwerkingtreding van de Wabo het projectbesluit als zodanig te vervallen. Daarvoor in de plaats komt de omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met (onder meer) het bestemmingsplan. Van belang is dat ‘gebruiken’ in dit verband in ruime zin moet worden opgevat, dus inclusief het bouwen. De grondslag voor deze omgevingsvergunning is opgenomen in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo. Bij een dergelijke omgevingsvergunning kan, net als bij het huidige projectbesluit, worden afgeweken van het geldende planologisch kader. Een omgevingsvergunning kan zowel worden aangevraagd voor een beperkt project, zoals de bouw van een enkele woning, als voor een omvangrijk project waarbij een hele woonwijk wordt gerealiseerd. Wel moet de aanvraag om omgevingsvergunning vergezeld gaan van een goede ruimtelijke onderbouwing. Anders dan bij het projectbesluit is ook niet meer de raad het bevoegde gezag voor het verlenen van een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Bevoegd gezag bij een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met (onder meer) het bestemmingsplan is, zoals in beginsel bij iedere omgevingsvergunning, in de regel het college. Artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo bepaalt vervolgens dat een omgevingsvergunning voor gebruik in strijd met, kort gezegd, het planologisch kader, kan worden verleend als er geen strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de omgevingsvergunning is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. In een klein aantal gevallen is het college van gedeputeerde staten of de minister aangewezen als het bevoegde gezag. In deze beleidsnota wordt echter alleen gerefereerd aan die gevallen waarbij het college van burgemeester en wethouders als het bevoegd gezag is aangemerkt. Het college kan echter niet zonder meer een besluit nemen over de aangevraagde omgevingsvergunning. In de Wabo is voor plannen waarvoor een omgevingsvergunning nodig is en waarbij sprake is van een grote(re) afwijking van het bestemmingsplan, de zogenaamde verklaring van geen bedenkingen geïntroduceerd. Dit betekent dat de omgevingsvergunning in principe pas kan worden verleend als de gemeenteraad heeft verklaard daartegen geen bedenkingen te hebben. Deze procedure vertoont grote overeenkomsten met de vrijstellingen zoals deze waren opgenomen in artikel 19, eerste en tweede lid, van de per 1 juli 2008 vervallen Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). Op grond van artikel 19, eerste lid, van de WRO was de gemeenteraad bevoegd om vrijstelling van het bestemmingsplan te verlenen mits het project was voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing en vooraf van gedeputeerde staten een verklaring was ontvangen dat zij geen bezwaar hadden tegen het verlenen van de vrijstelling. Op grond van artikel 19, tweede lid, was het college bevoegd om (zonder tussenkomst van gedeputeerde staten en zonder dat de raad hierover een standpunt innam) vrijstelling van het bestemmingsplan te verlenen in de door gedeputeerde staten aangegeven categorieën van gevallen. In de praktijk werkte de toepassing van artikel 19,eerste en tweede lid, van de WRO goed en zijn vele bouwprojecten hierdoor versneld mogelijk gemaakt. Wel was het opstellen van een goede ruimtelijke onderbouwing een verplichting (net als nu overigens het geval is). 3.2 Projectbesluit Om planologische medewerking te kunnen verlenen aan ruimtelijke plannen die in strijd waren met het vigerende bestemmingsplan en die niet pasten binnen de mogelijkheden voor binnen- en buitenplanse ontheffing op grond van het bepaalde in artikel 3.6 Wro of artikel 3.23 Wro/4.1.1. Bro kon de raad, met mogelijke delegatie aan het college, op grond van de Wro een projectbesluit nemen. Aan het nemen van een dergelijk besluit, gebaseerd op artikel 3.10 Wro, waren een aantal voorwaarden verbonden. Zo moest in principe binnen één jaar na het projectbesluit het betrokken plan worden opgenomen in een (ontwerp)bestemmingsplan, teneinde te voorkomen dat het recht tot het heffen van (bouw)leges zou vervallen. In de praktijk was dit een reden voor veel gemeenten om terug houdend gebruik te maken van het projectbesluit. Zo ook in Oldebroek. Planologische medewerking aan ruimtelijke plannen werd mogelijk gemaakt via een herziening van het bestemmingsplan of een zogenaamd ‘postzegelbestemmingsplan’. Met de inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet (Chw) zijn de voorwaarden die verbonden waren aan het projectbesluit komen te vervallen. Met de inwerkingtreding van de Wabo is de Wro op dit onderdeel dus opnieuw gewijzigd. Het aantal projectbesluiten zijn hierdoor ook flink toe genomen. Het afgelopen jaar zijn er XX doorlopen. 3.3 Verklaring van geen bedenkingen Procedure Onder de Wabo is de gemeenteraad niet bevoegd tot het nemen van een besluit over de aangevraagde omgevingsvergunning, maar enkel en alleen om te besluiten over de afgifte van de noodzakelijke ‘verklaring van geen bedenkingen’. Een ‘verklaring van geen bedenkingen’ kan alleen worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening (artikel 6.5, tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht (Bor)). Volgens het Bor is de procedure daarbij als volgt: - het college stuurt aan de raad, die bevoegd is om een verklaring van geen bedenkingen af te geven, zo spoedig mogelijk een exemplaar van de aanvraag om omgevingsvergunning en de daarbij behorende stukken. De benodigde tijd om de aanvraag en de daarbij behorende stukken na ontvangst en een primaire ambtelijke beoordeling bij het college voor te dragen voor besluitvorming bedraagt tussen de 2 en 6 weken. Dit is vooral afhankelijk van vraag of de ruimtelijke onderbouwing in orde is of aanpassing behoeft. In het ideale geval, waarop ook in alle gevallen wordt aangestuurd, is deze ruimtelijke onderbouwing in overleg met de ambtelijke dienst tot stand gekomen en daardoor reeds inhoudelijk beoordeeld en, naar verwachting, akkoord bevonden. De tijd tussen een positief collegebesluit en, via de raadscommissie Ruimte, een raadsbesluit bedraagt in een optimale situatie circa 1 maand, anders circa 2 maanden (waarbij het zomerreces niet is inbegrepen); - de ontwerp-verklaring van geen bedenkingen wordt tegelijkertijd met het ontwerpbesluit van het college om af te wijken van het bestemmingsplan, de aanvraag en de bijbehorende stukken gedurende 6 weken ter visie gelegd; - het college neemt een besluit over het verlenen van de omgevingsvergunning met inachtneming van de verklaring van geen bedenkingen. Voor deze totale procedure, dus inclusief de behandeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning, geldt een termijn van 26 weken, welke start na indiening van de aanvraag. De procedure, voor wat betreft het tijdsverloop, is in veel gevallen aan de krappe kant. Dit geldt zeker wanneer geen (uitgebreid) overleg met de initiatiefnemers ‘aan de voorkant’ heeft plaatsgevonden of wanneer er in de proceduretermijn een vakantieperiode zit. Op grond van het bepaalde in artikel 6.5, derde lid, van het Bor kan de gemeenteraad categorieën van gevallen aanwijzen waarin geen verklaring van geen bedenkingen is vereist. Er zijn een aantal redenen te noemen om hiertoe over te gaan: het voorkomen van vertraging in de planontwikkeling en een voorspoedige besluitvorming voor burgers te garanderen (en daarmee het voorkomen van dwangsommen bij het niet tijdig beslissen op de aanvraag); uitvoering te geven aan de wens tot meer deregulering en een klant- en servicegerichte instelling te bewaren; te voorkomen dat een ongewenste extra belasting voor de raad ontstaat omdat plannen waarbij er sprake is van ondergeschikte wijzigingen ter besluitvorming worden voorgelegd, hetgeen extra voorbereidings- en vergadertijd vraagt. Om de doorlooptijd van dergelijke aanvragen zo kort mogelijk te houden, wordt uw raad dan ook voorgesteld te besluiten een aantal van deze categorieën aan te wijzen. Voor het opstellen van de lijst met categorieën van gevallen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist, is aansluiting gezocht bij de maat en schaal van de gemeente Oldebroek, waarbij tevens rekening is gehouden met het grote areaal aan buitengebied. Daar waar nodig is een toelichting opgenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel