1. De langdurigheidstoeslag bedraagt per kalenderjaar minimaal:
a. Voor gehuwden € 715,00;
b. Voor alleenstaande ouders € 565,00;
c. Voor een alleenstaande € 460,00
2. Indien één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid van de wet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend.
4. Het college is bevoegd om nadere regels te stellen ter uitvoering van deze verordening met inachtneming van het in lid 1 genoemde minimum.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Hoogte van de langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand