Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5.

Artikel 14.

De aanwijzing tot gemeentelijk stads- of dorpsgezicht

Onderdeel van Erfgoedverordening

1.. Het college kan een gebied aanwijzen als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht en een zodanige aanwijzing wijzigen of intrekken. 2.. Voordat het college over de aanwijzing, wijziging of intrekking een besluit neemt, vraagt het advies aan de Erfgoedcommissie. 3.. Op de voorbereiding van een besluit om aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. 4.. Het college stelt de gemeenteraad en de Erfgoedcommissie in kennis van het besluit tot aanwijzing, wijziging of intrekking van een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht. 5.. Een in overeenstemming met het bepaalde in artikel 35 van de Monumentenwet 1988 aangewezen stads- of dorpsgezicht wordt niet aangewezen als gemeentelijk dorpsgezicht. 6.. De aanwijzing als gemeentelijk dorpsgezicht wordt geacht te zijn ingetrokken wanneer het gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt aangewezen in overeenstemming met het bepaalde in artikel 35 van de Monumentenwet 1988.

Rechtspraak bij dit artikel