• - Het is verboden om in een terrein waar zich een archeologisch monument bevindt, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2 of in een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder j, de bodem dieper dan aangegeven op de archeologische beleidskaart te verstoren.
  • - Het verbod in lid 1 is niet van toepassing als:
    • - het een verstoring betreft in Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied (AWV) als aangegeven op de gemeentelijke archeologische waarden- en beleidskaart:
      • - in een gebied met lage archeologische verwachting en het te verstoren gebied kleiner is dan 2.500 m² (AWV categorie 9 en 10);
      • - in een gebied met een middelmatige archeologische verwachting en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m² (AWV categorie 8);
      • - in overige gebieden met een hoge archeologische verwachting en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m² (AWV categorie 6 en 7);
    • - in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen aan de hand van de archeologische waardenkaart over de archeologische monumentenzorg;
    • - in een projectbesluit of ontheffingsbesluit als bedoeld in de artikelen 3.6, 3.10, 3.22. 3.23 of 3.40 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) voorschriften zijn opgenomen over de archeologische monumentenzorg;
    • - ons college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring als bedoeld in het eerste lid en aangegeven op gemeentelijke archeologische waardenkaart;
    • - een rapport is overlegd waarin de archeologische waarden van het te verstoren terrein naar het oordeel van het college in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:
  • - het behoud van de archeologische waarden voldoende worden geborgd; of
  • - de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of
  • - geen archeologische waarden aanwezig zijn.