**1..** Recht op een tegemoetkoming heeft de alleenstaande, die een WWB-uitkering ontving naar de norm van een alleenstaande ouder, waarvan het jongste kind 18 jaar is geworden, waardoor nu de norm voor een alleenstaande van toepassing is.
**2..** De tegemoetkoming gaat in op het moment van de normswijziging.
**3..** De tegemoetkoming bedraagt de eerste maand waarin de norm voor een alleenstaande van toepassing is, 20% van de voor een echtpaar geldende bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag en wordt in de 11 daarop volgende maanden met gelijke bedragen afgebouwd naar 0%.
**4..** Indien het jongste tot het gezin behorende kind recht kan doen gelden op studiefinanciering start de afbouwperiode van 11 maanden op de eerste van de maand volgende op die waarin het jongste kind studiefinanciering ontvangt.
**5..** Het recht op deze tegemoetkoming vervalt op het moment dat het jongste kind niet langer tot het huishouden van belanghebbende behoort.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10
- Bijzondere bijstand ter overbrugging van inkomstenterugval voor voormalige éénoudergezinnen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand / tegemoetkomingen 2014