Naar hoofdinhoud
Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebben-de aannemelijk maakt dat op grond van de ernst van de overtreding; de mate van verwijtbaarheid; de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of de omstandigheden waarin de overtreder verkeert, boeteoplegging volgens deze beleidsregels onevenredig is. 2.Van matiging kan verder in beginsel slechts sprake zijn, indien er bijzondere omstandigheden zijn, waarin bij de vaststelling van deze beleidsregels niet is voorzien.

Rechtspraak bij dit artikel