Naar hoofdinhoud
Indien gebleken is dat een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of een peuterspeelzaal niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en alle daaruit voortvloeiende regelgeving, start het college in beginsel een herstellend traject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(-en) en voorkoming van herhaling van de overtreding(-en). Bij het uitvoeren van het herstellend traject hanteert het college de volgende stappen: Stap 1: Waarschuwing en voornemen. Stap 2: Last onder dwangsom / last onder bestuursdwang. Stap 3: Exploitatieverbod. Stap 4: Verwijdering uit het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen. Wanneer blijkt dat met de stappen 1 tot en met 3 de overtredingen niet opgelost worden, dan kan het college besluiten gebruik te maken van de mogelijkheden die de wet biedt om de overtredingen te verhelpen. Indien de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het college besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen van het herstellende traject over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen. De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het afwegingsoverzicht dat als bijlage is opgenomen. Bij het opleggen van een waarschuwing gelden de volgende hersteltermijnen: prioriteit hoog: zo spoedig mogelijk maar maximaal 5 weken; prioriteit gemiddeld: zo spoedig mogelijk maar maximaal 2 maanden; prioriteit laag: zo spoedig mogelijk maar maximaal 12 maanden.

Rechtspraak bij dit artikel