Voor vorderingen die niet het gevolg zijn van een verwijtbare gedraging of schending inlichtingenplicht kan het college besluiten van (verdere) terugvordering af te zien, indien de belanghebbende:
gedurende drie jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan en indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan; of
gedurende drie jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; of
gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
gedurende twee jaar al dan niet betalingen heeft verricht en de nog openstaande vordering minder bedraagt dan 113 euro; of
een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
Hoofdstuk 5
Artikel 15a
Voorwaarden voor kwijtschelding na het voldoen van de betalingsverplichting
Onderdeel van Beleidsregels Terugvordering WWB, IOAW en IOAZ