De belanghebbende moet het bedrag ineens binnen de gestelde termijn voldoen, maar indien dit niet mogelijk is, kan het college de aflossing bepalen op:
het bedrag welke meer bedraagt dan de beslagvrije voet zoals bepaald in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, indien de belanghebbende een inkomen heeft op bijstandsniveau;
60% van de draagkracht met een minimumbedrag zoals vastgesteld onder 1, indien de belanghebbende over een hoger inkomen beschikt dan bijstandsniveau.
Hoofdstuk 6
Artikel 18
Wijze van invordering
Onderdeel van Beleidsregels Terugvordering WWB, IOAW en IOAZ