1.In dit artikel wordt verstaan onder:
a Wet: de Wet op de kansspelen
b speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de
Wet;
c kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van
de Wet;
d behendigheidsautomaat: een speelautomaat waarvan het spelresultaat
uitsluitend kan leiden tot een verlengde speelduur of het recht op
gratis spellen en het proces, ook nadat het in werking is gesteld,
door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel
van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de daartoe
geboden middelen afhangt of en in welke mate de spelduur verlengd of
het recht op gratis spelen verkregen wordt;
e hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
onder d, van de Wet;
f laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
onder e, van de Wet.
In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.
In laagdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee
behendigheidsautomaten toegestaan.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 10
Artikel 2.40
Speelautomaten
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Lochem