Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld
in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van
het bevoegd gezag is geveld dan wel op andere wijze
tenietgegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond
dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen
van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
herbeplanten overeenkomstig de door het bevoegd gezag te
geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen
termijn.
Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid
opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke
termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde
beplanting moet worden vervangen.
3 Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt
bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de
grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit
anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven
aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te
treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.
Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste
tot en met derde lid is opgelegd, alsmede zijn
rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
In het kader van een herplant- of instandhoudingplicht
kunnen voorschriften gesteld en maatregelen genomen worden
voor bomen kleiner dan 10 cm dwarsdoorsnede op 1,3 meter
boven maaiveld.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4.12f
Herplant-/instandhoudingsplicht
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Lochem