1. Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht en
buiten de weg gelegen in het
belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
opheffing van
overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
gezondheid,de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
plaatsen of aanwezig te hebben:
onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere dergelijke,
gewoonlijk voor recreatieve doeleinden gebezigde voorwerpen,
indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt
voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel
doel;
mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil,
een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.
Het is verboden op een door het college aangewezen plaats
een bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te
plaatsen of aanwezig te hebben.
Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste
en tweede lid nadere regels stellen.
Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet op de
ruimtelijke ordening of de Provinciale Verordening.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4
Artikel 4.13
Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Lochem