In deze verordening wordt verstaan onder:
a.politieke ambtsdragers: wethouders, raads- en commissieleden;
b.wethouder: lid van het college van burgemeester en wethouders, niet
zijnde de burgemeester
c.raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;
d.commissie: een commissie als bedoeld in artikel 82 van de
Gemeentewet;
e.commissielid: een persoon die tot lid van een raadscommissie is
benoemd,
niet zijnde een raadslid, op wie de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van
de Gemeentewet van toepassing is;
f.gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
Gemeentewet;
g.griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet;
h.Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit
van 22
maart 1994,
Stb. 244;
i Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart
1994,
Stb. 243;
j.Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20
februari
2001, Stcrt.
41 als bedoeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit
wethouders;
k.Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse
Zaken
van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56.