1.De wethouder heeft aanspraak op een vergoeding van reis- en
verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt
conform het bepaalde in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit
wethouders.
2.De hoogte van in het eerste lid bedoelde vergoeding is overeenkomstig
artikel 4 van de Regeling rechtspositieregeling wethouders en
betreft:
a.bij gebruik van openbare middelen van vervoer: een volledige
vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
reiskosten;
b.bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in
redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het
bepaalde in de Reisregeling binnenland.
3.De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan de wethouder
vergoed, met inachtneming van de in de Reisregeling binnenland genoemde
maximum bedragen.
Hoofdstuk
Artikel 11.
Zakelijke reis- en verblijfskosten
Onderdeel van Verordening rechtspositie politieke ambtsdragers 2014