1.Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening van
zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking
gesteld.
2.De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
gemeente.
3.Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
4.Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon voor
privé-doeleinden is gebruikt, vindt maandelijks een verrekening van de
gesprekskosten plaats.
Hoofdstuk
Artikel 15.
Mobiele telefoon
Onderdeel van Verordening rechtspositie politieke ambtsdragers 2014