1.Aan het commissielid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte
kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter
uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed.
2.De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:
a.bij gebruik van openbare middelen van vervoer: een volledige
vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
reiskosten;
b.bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in
redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het
bepaalde in de Reisregeling binnenland.
3.De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het
commissielid vergoed, met inachtneming van de in de Reisregeling
binnenland genoemde maximum bedragen.
Hoofdstuk
Artikel 18.
Zakelijke reis- en verblijfkosten
Onderdeel van Verordening rechtspositie politieke ambtsdragers 2014